portfolio
Rob Nelisse fotograaf
IN BEELDIMAGING
IM BILD ......
Member NVF ( Dutch Association of Photo-journalists )
R E P O R T A G E: IT-INNOVATION IN INDIA. BANGALORE IS NOT ONLY HOST TO CALL-CENTERS THAT SERVICE WESTERN CLIENTS AT NIGHTTIME. INDIA IS RAPIDLY INNOVATING THE IT-SECTOR. YOUNG, MOTIVATED IT-SPECIALISTS DEVELOP HIGH VALUE IT-SERVICES. READ THE STORY "RESPECT THE ELEPHANT"
Nieuwenhuis & Nelisse merge their professional skills painting and photography into combined art. Mainly at large industrial sites they record their impressions instantly with brush and camera.This method results into thriving image-stories that Nieuwenhuis & Nelisse unite into
combi-artworks.
For more information see www.nieuwenhuis-nelisse.nl
electriciteitscentrale
electriciteitscentrale Moerdijkvarken
varken op het bedrijf van boer Overesch, Raaltebusstation made of synthetics, Hoofddorp, The Netherlands
-glazenwasser
glazenwasser, Den BoschDer Pascal Paoli, der letzte groβe Ferry hergestellt von Van der Giessen de Noord, passiert den Hef in Rotterdam auf dem Weg nach eine Probefahrt auf der Nordsee.
Brooklyn Heights
Brooklyn Heights, wandelinglasser
moeder
moeder, Botswanaverwarring
verwarring, FNV kantoor Rotterdam-CAO
presentatie CAO-akkoord aan leden FNV Bondgenoten Rotterdamachtersteven
SPOT NIET MET DE OLIFANT Door Rob Nelisse. “In India hebben we mensen in overvloed. De helft van onze bevolking van ruim 1 miljard is jonger dan 20 jaar. Zelfs de Chinezen zijn gemiddeld ouder. Het jaarlijkse groeitempo van de IT-sector bedraagt 35 procent. Ieder jaar studeren tweeëneenhalf miljoen jonge Indiërs af.” De woorden weerklinken via het plafond van de conferentiezaal van de ITPF (IT Professionals Forum) aan de Dollars Colony in Bangalore. Ze wedijveren met het geluid van gemotoriseerde riksja’s dat door het open raam naar binnendringt. Dit is een waarschuwing aan zelfgenoegzame westerlingen, onze ster rijst snel! H.S. Amar, secretaris van de ITPF, stelt met zelfvertrouwen dat olifant India een gouden toekomst heeft als IT-natie. Dankzij de IT-sector heeft India nu zijn eigen plek in de Global Village. Nieuwe IT-bedrijven vestigen zich in Mumbai, Delhi, Chennai (Madras) en de kleinere stad Hyderabad. Maar de onbetwiste IT-stad is Bangalore, alias Garden City. Bangalore, gelegen op een hoog plateau en gezegend met een mild klimaat, is de hoofdstad van de zuidelijke staat Karnataka. Het voormalig toevluchtsoord van welgestelde Indiase gepensioneerden is getransformeerd tot een hedendaagse boomtown dankzij de IT-sector. IBM, HP, Philips en Oracle, veel multinationals hebben grote, spiegelende kantoren in Bangalore gebouwd. De stad heeft hiermee de status Silicon Valley van India binnengesleept. In het centrum, op MG (Mahatma Gandhi) Road en Brigade (uitgesproken als Brigget) Street verkopen exclusieve kledingzaken dure merkkleding aan de nieuwe kaste van IT-yuppen. In de Italiaans geïnspireerde coffeeshops kun je genieten van een authentieke Illy espresso of cappuccino. Na werktijd drinken de jonge IT-ers een biertje in een van de loungebars in Church Street, soms met hun laptops op tafel. Vele bedelaars zijn ook elke dag in het centrum te vinden om hun kleine deel van de nieuwe welvaart op te eisen. Hier wonen zeveneneenhalf miljoen mensen, bijna net zoveel als in Londen. De beslissing van IBM in 1969 om computersoftware en hardware gescheiden te gaan verkopen was de aanzet tot een mondiale software-industrie. Intel’s introductie van de microprocessor drie jaar later gaf het startschot voor de productie van microcomputers. In India was sinds de jaren 60 gewerkt aan de ontwikkeling van een computer maar dit had geen concreet resultaat opgeleverd. Eind jaren 80 openden Texas Instruments en General Electric filialen in Bangalore. Dit was het begin van de uitbesteding van IT-diensten vanuit het westen naar lage lonenland India, offshore outsourcing in vakjargon. In 1991 kondigde de Indiase regering een economische liberalisering af. “Het bood vele voordelen zoals een belastingvakantie voor nieuwe IT-bedrijven en gesubsidieerde software bedrijvenparken. De telecom sector werd geprivatiseerd wat een hoop investeringen in telecom verbindingen opleverde,“ vertelt secretaris Amar, een energieke vroege dertiger. Negen jaar geleden is hij in de IT begonnen als programmeur. Lage lonen gecombineerd met een hoog opleidingsniveau hebben India een koppositie opgeleverd in de offshore outsourcing van IT-diensten. Alle hoogopgeleide mensen spreken Engels. Een extra bijkomend voordeel is het 12 uur tijdsverschil met de Verenigde Staten. Dit maakt het mogelijk om 24 uur aan een project te werken. Op het moment dat Amerikanen om 5 uur ‘s-middags naar huis rijden begint in India de dataverwerking aan het begin van een nieuwe dag. Indiase call-centre medewerkers bedienen ’s-nachts Amerikaanse klanten. “Indiërs leren momenteel zelfs Duits, Frans en Spaans als service voor hun Europese klanten,“ prijst Amar hun kwaliteiten. Gedurende de dot.com-revolutie tussen ’95 en ’98 trok India een hoop softwareschrijven en programmeren aan, relatief laag gekwalificeerd werk. Amar: “In zo ongeveer elke straat in Bangalore waren dot.com ondernemingen aan het werk voor Amerikaanse opdrachtgevers.” Later, tijdens de Y2K-hype, vertrokken veel Indiase IT-specialisten naar de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië. “Toen de IT-ballon in 2000 plofte keerden onze mensen terug uit het buitenland. Maar intussen hadden ze hun vakkundigheid uitgebreid en leren netwerken. Ze hadden de bedrijfstak door en door leren kennen. Vanaf dat moment kwam de sector in een stroomversnelling. In 2002 was Tata Consultancy Services de eerste Indiase onderneming met een jaaromzet van $ 1 miljard, kort daarop gevolgd door Infosys,” getuigt Amar. China en de andere Aziatische tijgers hebben veel verwerkende industrie aangetrokken. India, de olifant, verleent een snel stijgende hoeveelheid IT-diensten. Naast de drie grote Indiase IT-bedrijven, Infosys, Tata Consultancy Services en Wipro, is er een nieuwe generatie van IT-bedrijven in opkomst. Zoals Brickwork dat zich afscheidde van B2K Corporation en als zelfstandig IT-bedrijf van start ging met vijftien werknemers. Heden biedt Brickwork werk aan honderdvijftig mensen, de verwachting is dat dit medio 2008 zal zijn gestegen tot vijfhonderd mensen. Brickwork is gespecialiseerd in IT-dienstverlening in de gezondheidszorg. De overige activiteiten variëren van financiële dienstverlening tot website en grafisch ontwerp. Een Nederlandse klant van Brickwork levert ruwe schetsen van architecten uit Nederland aan. Brickwork verwerkt deze schetsen tot digitale bouwtekeningen. Voorzitter en CEO Vivek Kulkarni heeft twintig jaar voor de overheid gewerkt. Zijn laatste baan was minister van IT in de deelstaatregering van Karnataka. Vanwege de geweldige groei in de sector na 2001 besloot hij om zijn eigen IT-bedrijf te starten, Brickwork. Kulkarni maakt lange dagen en reist veel maar hij oogt fit. “Om de boog gespannen te kunnen houden doe ik doe aan yoga en ga ik naar de ashram.” Tussen februari 2005 en oktober 2006 is de IT-sector volgens MOOS (Making Offshore Outsourcing Sustainable) in Duitsland, Zweden, Frankrijk, België, Denemarken en Nederland in totaal 25.800 banen kwijtgeraakt, een groot aantal daarvan aan India. MOOS is een twee jaar durend project over outsourcing georganiseerd door de verenigde Europese vakbonden met leden in de IT-sector. De vakbonden verdedigen zich door zichzelf te betrekken in het outsourcing proces. Vanuit Europees perspectief zijn er weinig voordelen aan offshore outsourcing. “Mensen raken hun werk kwijt zonder nieuwe kansen. Ze moeten hun kennis en vaardigheden overdragen aan anderen en werken zo mee aan hun eigen werkloosheid,” vertelt Carla Kiburg, bestuurder IT van FNV Bondgenoten. “Er zijn mislukkingen zoals het bijna faillissement van de outsourcer en niet bereikte doelstellingen. Gevolgen kunnen zijn het verdwijnen van werk in India én in Nederland, bedrijven kunnen in de gevarenzone terechtkomen.” Een specifiek probleem is het verloop onder Indiase werknemers. “Voor een paar rupees meer hoppen ze naar een andere baan.” Kiburg is voorzitter van de slotconferentie van MOOS. Plaats van handeling is het hoofdkwartier van Ver.di, de Vereinte Dienstleistungsgesellschaft (Duitse vakbond met leden werkzaam in de dienstverlening) gelegen op een kade aan de Spree in Berlijn. De bonden bepleiten de ontwikkeling van een offshore standaard, een rationele en logische procedure die het proces duurzaam en houdbaar maakt. Ze stimuleren een verbreding van het blikveld van hun leden. Offshore outsourcing gaat verder dan de gebruikelijke relatie tussen de vakbond en haar leden. Sommige outsourcing bedrijven worden verdacht van ‘transfer of risks’. Strenge Europese wetgeving over arbeidsomstandigheden wordt ontdoken door het werk te verplaatsen naar India waar zulke wetgeving niet bestaat. Dit levert een kostenbesparing op. Om dit tegen te gaan bepleit MOOS de introductie van een label voor ethisch verantwoorde offshore outsourcing. Innovatie is niet alleen voorbehouden aan de IT-sector in de EU en VS. De multinationals bieden ook ruimte aan innovatie in India. Een voorbeeld is ThoughtWorks, een Amerikaans bedrijf met een heel innovatieve benadering van de werkpraktijk, geïnspireerd door de principes van ‘Agile software development’. Wie het grote kantoor op de tweede etage van hun moderne kantoorgebouw aan Airport Road in Bangalore betreedt, ziet lange eettafels, twintig in totaal. De 165 werknemers van ThoughtWorks zitten in RSI-vrije stoelen tegenover elkaar. Dit is anders dan de gebruikelijke kubusvormige hokken waarin employees individueel aan het werk zijn met hun rug naar elkaar toe. Verdeeld in groepen werken ze aan klantprojecten, hun laptops geopend op tafel. Een van hen nuttigt zijn lunch-curry aan de ‘eettafel’. Marco Jansen, een Nederlandse project manager bij ThoughtWorks, licht de onderscheidende werkmethoden van ThoughtWorks toe. “Commercieel Analisten, Ontwikkelaars en Kwaliteit Analisten zitten samen aan de eettafel en werken aan hetzelfde project, dit bevordert de onderlinge communicatie. Elke werkdag begint om half elf met een ‘stand-up meeting’, ieder vertelt de rest van de groep over de voortgang van zijn/haar werk aan het project en de plannen voor de nieuwe dag. Elke groep heeft een ‘story wall’, een groot prikbord vol memoblaadjes, waarop de lopende taken voor het project te volgen zijn. Als een ‘story’ af is rinkelt een Kwaliteit Analist een fietsbel. Iedereen kan dit horen, applaus vult het kantoor als compliment. Jansen: “Een andere bijzondere werkmethode is duo-programmeren. Twee collega’s werken samen aan één scherm en combineren ontwerp, ontwikkeling en testen. De voortgang van het project is realtime zichtbaar zodat er voor de klant geen verrassingen zijn tijdens de wekelijkse bespreking. Met deze methodes behaalt ThoughtWorks een hogere productie en kwaliteit, hogere klant-tevredenheid en gelukkiger werknemers. Hun projecten zijn eveneens innovatief. Een voorbeeld is de ontwikkeling van software voor een digitale jukebox die gebruik maakt van het ‘open-source’ Ruby on Rails platform. Brickwork vent een andere innovatieve activiteit uit. Het bedrijf levert secretariële, financiële en pr-diensten aan kleine en middelgrote bedrijven in de EU en VS, voornamelijk ter assistentie van uitvoerende managers. In de EU bedraagt de kostprijs voor het in dienst nemen van iemand voor deze taken € 10.000 per maand (inclusief secundaire arbeidsvoorwaarden). In India kost een hoogopgeleide kracht met tweeëneenhalf jaar ervaring tussen € 2800 en € 3500. Dit type dienstverlening vergt korte communicatie met de klant via MSN, Skype, mail en mobiele telefoon. Aangetrokken door de lage prijs besteden kleine bedrijven die voorheen niets aan marketing uitgaven dit werk nu uit aan Brickwork. Een nieuwe markt is gecreëerd. Op het gebied van innovatie raakt India steeds meer betrokken. Niche producten gaan naar de markt. HP Labs, de Research & Development-afdeling van Hewlett Packard, werkt aan een innovatie met de naam Print Cast. Medische informatie en overheidscirculaires worden per satelliet verzonden aan een televisienetwerk verspreid over het gehele Indiase platteland. Gebruikers kunnen door de informatie navigeren met Touch Screen en afdrukken maken. “Het breedband internet is niet heel handig voor de gebruiker die niet hoger opgeleid is. Engels is de taal van de technologie en is ingewikkeld. Buiten de steden wordt weinig Engels gesproken. De kracht van Print Cast is dat het makkelijk in gebruik is en dat het locale talen ondersteunt,” demonstreert onderzoeker Srinivasan Ramani. Print Cast heeft potentieel voor samenlevingen waar niet iedereen toegang heeft tot het internet, bijvoorbeeld in heel Afrika. De taxichauffeur dirigeert zijn rode Tata Indica V2 naar de oprit van de fly-over. Beschut onder de betonnen snelweg liggen stalen balken en bouwstenen opgestapeld. Daartussen ligt een kleine nederzetting van sloppen met golfplaten daken. Twee man in shorts gooien emmers water over hun hoofd, ze wassen zich. Hun ruggen reflecteren in de zon, een beschamend en schitterend beeld tegelijk. Dit is de weg naar Koramangala. Halverwege domineren IBM en Dell een bedrijvenpark grenzend aan de golfbaan. Helaas vervaagt de belofte van de fly-over met zijn vers geasfalteerde wegdek daarna snel. Auto’s, riksja’s en scooters staan in de rij voor het verkeerslicht, vier rijen breed, geobserveerd door een koe in de berm. Drie vrouwen zitten op de vluchtheuvel gezellig te keuvelen, het verkeer op een halve meter van hun voeten in een dikke, blauwe smog van uitlaatgassen. “Het ontbreekt de politici aan de wil, de moed en het geld om de infrastructuur te verbeteren,” zegt Pratap Raju. “De infrastructuur brokkelt af. Sinds 2001 woon ik hier zes maanden per jaar. Elke keer als ik terugkom zijn er meer auto’s, zijn de wegen nog slechter en is er veel, veel meer vervuiling. Je kunt de economie in feite zien groeien aan de hoeveelheid auto’s. Het stratenplan van Bangalore, net als in de meeste steden van India, is ontwikkeld door de Britten in de negentiende eeuw. De riolering en waterleidingen roesten, ze zijn oud en toe aan vervanging. Er is niet genoeg water voor iedereen. Sommige kranen geven slechts een paar uur per dag stromend water.” Pratap spreekt gelaten, zittend op de bank in de ruime living van zijn woonhuis in Koramangala. “Privaatpubliek partnerschap zou een oplossing kunnen zijn. Wegen worden gebouwd in een BRT-scenario (build-rent-transfer); een private onderneming bouwt een weg, verhuurt die vervolgens aan de staat voor bijvoorbeeld 20 jaar, waarna de weg aan de staat wordt overgedragen. Helaas zijn de private ondernemingen terughoudend om met de Indiase regering in zee te gaan vanwege haar corruptie en bureaucratie. Een pas gekozen regering handelt misschien niet in overeenstemming met dat wat eerder overeengekomen was. Gevolg is dat de infra-bedrijven teveel risico’s zien om de grote investeringen te doen, wat ze in China wel doen.” Pratap (43) is zoon van een piloot van de Indiase luchtmacht. Hij werd geboren in Bangalore maar vanwege het werk van zijn vader is de familie vaak verhuisd. Hij spreekt drie Indiase talen. De druk om op school te presteren heeft resultaat opgeleverd, hij is ingenieur in de elektronica. Na een aantal jaren te hebben gewerkt voor British Telecom en Apple in India werd hem begin jaren 90 een studiebeurs aangeboden door de Nederlandse overheid voor het volgen van een studie in Maastricht. In deze periode ontmoette hij Carin Rustema, zijn levenspartner met wie hij later het consultancy-bedrijf Abroader oprichtte. Abroader is gevestigd in Amsterdam en Bangalore. De kernactiviteit is het verschaffen van management services en assistentie verlenen aan Nederlands-Indiase zakenprojecten, vooral in de IT. Fondsenwerving in Nederland voor deze projecten is onderdeel van Abroader’s activiteiten. Abroader bevindt zich in het hart van het zakenverkeer tussen Nederland en India. Er is sprake van een cultuurkloof tussen Nederland en India wat betreft zaken doen. Pratap onthult: “De Nederlanders hechten sterk aan tijd en het nakomen van afspraken terwijl de Indiërs terughoudend zijn. Ze willen je graag tevreden stellen dus zeggen ze soms ja en doen ze nee. We hebben ervaringen waarbij de Indiërs niet voldoen aan de verwachtingen van de Nederlanders, wij overbruggen dan de kloof tussen de partijen. Op het bedrijfsniveau is een groot verschil tussen Nederland en India dat de Nederlanders geen risico durven te nemen. In India heerst een Wild West situatie, mensen dumpen geld in nieuwe projecten en gewaagde ondernemingen zelfs als die buiten hun bevoegdheden vallen. Ze springen erin, nemen een hoop risico en hebben vaak succes.” Wie de straten van Bangalore doorkruist ziet steeds twee uitersten in één oogopslag. Hoog op het dak van een pand aan de Queen’s Circle staat een groot reclamebord, een echte blikvanger. Ertegen leunt een steigerconstructie van aan elkaar gebonden lange boomtakken. Blootsvoets balancerend op dit klimrek plakken drie man een reusachtige foto van een begeerlijk uitziend telefoontje op het bord. Een wandeling over het trottoir van Residency Road levert een reeks aanbiedingen voor een riksjarit op. Een vrouw in vodden, waarschijnlijk een kasteloze, ligt op het plaveisel. Een paar meter verderop, bij de inrit van een autobedrijf, duwt een terreinwagen zijn neus tussen het wandelend volk dat op de stoep snel een veilig heenkomen zoekt. In Electronic City, een software bedrijfspark in het zuiden van Bangalore, houden bewakers de wacht voor het kantoor van Infosys. Hun jachtgeweren met lange loop steken gedateerd af tegen de zachtroze natuurstenen gevel in de achtergrond. Om de hoek wordt een stuk grond bouwrijp gemaakt. Een colonne mannen en vrouwen klimt uit een bouwput, op hun hoofd een teil gevuld met wat kluiten en stenen. Ze zijn goedkoper dan een bulldozer. “Armoede-uitroeiing staat niet op de agenda van de regering.” Dr. G K Karanth is een Indiase socioloog en hoofd van het Institute of Social Economic Change. Betonnen gebouwen, herinnerend aan Oost-Europese socialistische architectuur, liggen in een weelderige, tropische tuin. Ruime hallen en kleine kamers huisvesten de wetenschappers die hier praktiseren. Karanth spreekt met een scherpe stem. “Dr. Rajkumar, een populaire filmheld afkomstig uit Karnataka overleed een paar maanden geleden aan een hartstilstand. Na zijn overlijden braken er rellen uit in de straten van Bangalore. Er werd gezegd dat deze rellen het gevolg waren van de groeiende kloof in Bangalore, de nieuwe rijken, de oude armen.” Dr. Karanth wordt steeds onderbroken door zijn telefoon. “We genereren grote hoeveelheden buitenlandse valuta, de export groeit en de dienstverlening breidt zich uit. De IT-sector heeft voor een geweldige boom gezorgd. Zonder deze IT-boom had de jongste generatie opgeleide klasse zonder werk gezeten. De staat heeft zich altijd op de achtergrond gehouden, de groei faciliterend. Haar inmenging bestond uit niet-inmenging. De sector kon daardoor sneller groeien, bijvoorbeeld door niet op naleving van arbeidswetgeving te hameren. Wat er gebeurd is (de IT-boom), is fantastisch en de regering verdient een compliment. Maar vanaf hier neem ik een scherpe U-bocht.” Karanth last een pauze in zijn betoog. Dan, met gewicht in zijn stem, drukt hij zijn angst uit voor een ‘internal clash of civilisations’ in India. “In het licht van de voorspoed van de IT-boom, is het contrast tussen rijk en arm nog groter, de aspiraties van de armen zijn nog scherper. Het gaat niet over calorieën of een dollar per dag, het is veel meer een morele kwestie. De staat moet zijn armoedebeleid herzien, we moeten de kloof overbruggen tussen het ‘glossy’ leven dat velen nu leiden en de lege maag van de anderen.” “Er wordt gewerkt aan de duurzaamheid en gezondheid van de IT-sector. Datadiefstal-wetgeving is ingevoerd, een e-mail heeft een legale status in India. Probleem is de fysieke infrastructuur, er zijn slechts een paar cyber politiebureaus. De regering is heel actief in deze kwesties, soms zelfs te snel als het IT-wetgeving betreft. Er is gebrek aan bewustzijn onder MP’s (parlementsleden), gebruikers en het publiek. Dit moet verbeterd worden,” vindt ITPF-secretaris Amar. “De ITPF vaart een niet-confrontatie koers ten aanzien van de IT-bedrijven, anders dan de vakbonden die graag tegen het management beuken. Wij doen niet aan collectieve onderhandelingen, juridische bijstand bij geschillen en persoonlijke raadgeving bepalen onze werkmethodes. De ITPF wil bijdragen aan de groei van de sector in het geheel.” Arbeidsomstandigheden zijn beter in de IT-bedrijven dan in de call centers. Amar bevestigt dat ‘transfer of risks’ van de EU naar India plaatsvindt. “Zeker, het gebeurt. India heeft liberale arbeidswetgeving. Het werk vloeit daarheen waar het ’t best gedaan wordt. Bedenk wel, voor ons brengt het nieuwe werk alleen voorspoed. Voor Europa betekent het verlies tegenspoed.” De Europese IT-er die zijn baan kwijtraakt aan een collega in India, nu of later, moet verder opgeleid en getraind worden. “Nieuwe werkgelegenheid en hoger gekwalificeerd personeel komt in de plaats van de outsourced banen. In Denemarken is er meer nieuw werk bijgekomen dan er is verdwenen, de precieze oorzaak hiervan is nog onbekend. Het ziet er naar uit dat we schapen met 5 poten nodig hebben; techneuten die dermate begaafd zijn dat ze de wensen van klanten begrijpen, in techniek kunnen omzetten en ook kunnen adviseren,” verwacht vakbondsbestuurder Kiburg. “Nee, Europa hoeft niet te vrezen dat ze haar IT kwijtraakt aan India,” verzekert Amar. “Maar concurrentie is nodig. Bedenk dat de VS de leidinggevende IT-natie zal blijven. De Amerikanen zullen gewoon nooit opgeven. Maar de Europeanen zijn conservatief. De variatie aan talen belemmert hun prestatie, hun concurrentiekracht taant.” Pratap van Abroader voorspelt: “Zonder enige twijfel kan Europa al haar IT-banen verliezen evenals de banen in de verwerkende industrie. Europa moet zich richten op innovatie, research georiënteerd zijn en de nieuwste dingen introduceren. Alle mensen die niet in staat zijn om hun vaardigheden op te stuwen in de waardeketen lopen gevaar hun baan kwijt te raken. Behalve de jongens die met goeie ideeën komen, die blijven ‘in business’. En de loodgieter natuurlijk.”INDIAN ELEPHANT NOW IT- INNOVATOR
“In
With the IT-industry
When IBM took the decision back in ’69 to separately sell computer software from hardware this was an incentive for an emerging global software-industry. Intel’s’ introduction of the microprocessor three years later gave the starting shot for the production of powerful micro-computers. They were improved continuously and the use of computers increased pushing the demand for software.
In
The assets that have given
“Indians are even learning German, French and Spanish these days to suit European customers,” Amar adds to their qualities. The office of the ITPF is situated at the Dollars Colony, a residential area in a northern quarter of
“After ’91 the work was huge.” Amar states. During the dot.com-revolution between ’95 and ’98
Offshore outsourcing (OO) is the transfer of work from the west to a low-cost country to be performed by a third party.
In 2003 Brickwork was separated from B2K corporation and started as IT-firm with 15 employees. Presently offering a job to 150 people the firm expects to employ 500 people by mid-2008. It’s main focus is servicing the health-care sector but it offers a range of activities from financial services to website and graphic design.
Chairman and CEO Vivek Kulkarni has served the government for 20 years. His last position was Secretary of IT in the state government of Karnataka. When he saw the tremendous growth in the sector after 2001 he decided to start his own IT-company, Brickwork. Kulkarni works long days and travels a lot but he looks relaxed. “My home is not far, I have two young daughters. To stay fit I go jogging in the park. I practise yoga and visit the ashram”.
The European IT-industry has lost 25.800 jobs between February 2005 and October 2006 ( according to MOOS: Making Offshore Outsourcing Sustainable ), many of them to
Kiburg is chairing the final conference of MOOS, a two year project organised by the joint European labour unions with members in the IT. Place of action is the headquarters of Ver.di, the Vereinte Diensleistungsgesellschaft (German trade union for people working in service sectors) situated at a quay on the river Spree in Berlin.
The unions are aware of the defensive nature of their mission regarding offshore outsourcing. Their response is shifting from traditionally resistant to pro-active, involving themselves in the outsourcing process. MOOS recommends an offshore standard to be developed, a rational and logical procedure that makes the process sustainable. One of the discussion statements at the conference was about the need to get rid of the micro-vision among union members and developing a wider scope. Offshore outsourcing goes beyond the common relation between the union and it’s members.
A label for ethical offshore outsourcing should be introduced. Some outsourcing companies are suspected of ‘transfer of risks’. The costs that are the result of tight European laws on working conditions are avoided by transferring the work to
Pre-emptive re-skilling and re-training of employees affected by offshore outsourcing at a large scale will be necessary. “In the long term we hope to achieve a process that is similar to that of the former European textile and metal industries. New employment and higher qualified personnel will replace the outsourced jobs. In
Innovation is not reserved for the European/US-based IT-industry only. The multinational companies create space for innovation in
Each group has a story wall on which you can monitor the running tasks of the project. When a story is completed a Quality Analyst rings a bicycle-bell for everyone to hear. Applause fills the office as a compliment. Jansen: “We enforce communication between the employees. Another distinct feature is pair programming. Two employees work together at one screen combining design, development and code-review. The status of the project is real-time visible for the customer so there will be no surprises during weekly status updates”.
With these methods ThoughtWorks generates higher throughput and quality, more customer satisfaction and happier employees (attrition rate is less then 10%). Their projects are also innovative. An example is the development of software for a digital jukebox using the open-source Ruby on Rails platform.
At Brickwork another innovative activity is vented out. Secretarial, financial and pr-services are sourced to small and medium sized EU / US companies, mainly for the assistance of executive managers. In the EU employing someone for these activities will cost € 10.000 per month (secondary labour conditions included). In
On an innovative level
The cab driver directs his red Tata Indica V2 up the ramp of the first modern flyover I see in
“The politicians lack the will, the guts and the money to improve the infra-structure,” says Pratap Raju. “The infra-structure is crumbling. Since 2001 I live here for six months a year. Each time I return there are a lot more cars, the roads are a lot worse and there is a lot, lot more pollution. You can actually see the economy growing by the number of cars. The road plan of
“Private-public partnership could be a solution. Roads are built in a BRT-scenario; a private company builds a road, then rents it to the government for say twenty years and after that it’s transferred to the state. Unfortunately the private companies are reluctant to partner with the Indian government because of it’s corruption and bureaucracy. A newly elected government might not act consistent with what has been agreed upon earlier. So the infra-structure companies see too many risks in doing the big investments like they do in
Pratap (43) is the son of an Indian Air force pilot. He was born in
Based in
“Poverty eradication is not on the agenda of the government.” Dr. G K Karanth is a well known sociologist in
Karanth takes a pause. Then, with weight in his voice, he expresses his fear of an internal clash of civilisations in
“Work is done to make the industry more sustainable and to keep it healthy. Data-theft policy is in place. An e-mail is a legal document in
“Unlike the trade unions, that fashion management bashing, the ITPF has a non-confrontational approach towards the IT-companies. Not collective bargaining about salaries but approving legal disputes and personal counselling determine our approach. The ITPF wants to contribute to the growth of the industry“.
Working conditions in the IT-companies are above standard, however not at the BPO’s (Business Process Outsource) and the call centres. Amar confirms that transfer of risks from the EU to
Kiburg of FNV Bondgenoten knows what needs to be done to strengthen the EU position in the IT-industry. For The Netherlands she recommends: “The level of education needs to be lifted, especially in the beta-sciences. Our innovation plans, that lie unused, must be made operational. We need to be more daring as entrepreneurs and support young starters.”
“No,
Pratap predicts: “Without a doubt
Beware, always respect the elephant.
Binnenweg
Verloedering en optimisme op kleurrijke Binnenweg R E P O R T A G E – Een profiel van de Rotterdamse Nieuwe en Oude Binnenweg. Ondernemers, buurtbewoners en passanten portretteren de straat. Dit tegen het licht van de politieke aardverschuiving na de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006. Door Rob Nelisse De Oude Binnenweg wordt sfeervol verlicht door 19e eeuwse straatlantaarns. In de oude panden huizen bruine kroegen met namen als Melief Bender (anno 1876) of De Stamgast. Telkens als ergens de deur opengaat, stijgt de gezelligheid op in de smalle straat. ‘Heb je nog wat in die pomp van je?’ Zo klinkt de bestelling in café De Oude Binnenweg. Aan de bar wordt geklaverjast. Een dronkaard stoot zijn eigen bier om en vloekt wat. De wandeling was begonnen aan het andere einde van de Binnenweg. Een tropische winkel met kokosnoten en reuzenbananen uitgestald voor de pui verkoopt binnen ook hairextensions. Bij kapsalon Chill Out staat de West-Indische kapper vol temperament te gebaren met zijn tondeuse, de klant lacht relaxed. Er zijn islamitische slagers en exotische eethuisjes maar ook veel seksshops en belwinkels. Dit is het westelijke deel van de Nieuwe Binnenweg dat loopt vanaf de Lage Erfbrug, op de grens met historisch Delfshaven, tot de ’s-Gravendijkwal. Het hoort bij Stadsdeel Delfshaven. Meer dan de helft van de buurtbewoners is immigrant, vooral van Antilliaanse, Surinaamse en Turkse afkomst. De bebouwing is vroeg 20e eeuws, de straat is niet breed. De tram en de auto’s moeten over dezelfde rijweg. Wie dubbel parkeert blokkeert de trambaan en kan rekenen op irritatie van de trambestuurder. “De Nieuwe Binnenweg heeft de potentie om de mooiste winkelstraat van Rotterdam te zijn.” mijmert Gerard Peet, voormalig gemeenteraadslid van de PvdA. Hij werkt momenteel aan een boek over de Binnenweg. “De winkeliers en de woningcorporaties moeten serieus nadenken over een opknapbeurt. Gerenommeerde zaken als delicatessenwinkel Vermeyden, ’het goud van de Binnenweg’, dragen de straat. De immigrantenwinkels gaan vanzelf upmarket, gun ze de tijd.” Oktay Orgun is eigenaar van de Turkse levensmiddelenwinkel ‘Istanbul’. “Niets is meer goed, veel winkels verhuizen,” stelt hij. Vroeger was dit een goede straat maar nu is het heel rustig. Klanten die even parkeren om snel een brood te kopen krijgen meteen een boete. Het preventief fouilleren door de politie heeft veel klanten weggejaagd. Hij is blij dat de PvdA de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen heeft. Zelf heeft hij ook op de PvdA gestemd. Vroeger stemde hij nooit. “De laatste tijd dacht ik: het is tijd om te gaan stemmen.” “Are you a cop?” klinkt het gedempt achter me. Ik draai me om. Een lange, magere man met een bleek gezicht. Twee ogen zo groot als flipperballen dansen in hun kassen. “Je ziet eruit als een stille.” merkt hij op. “Ik ben schrijver, ik absorbeer impressies.” antwoord ik. “Een informant van de politie wachtend op een rendez-vous.” denk ik. We lopen door en hij steekt zijn hand uit, “Manos, Ik ben Grieks, uit Kreta. Dit is een gevaarlijke buurt, veel mensen hier zijn aan de drugs.” waarschuwt hij. “Waarom ben je hier?” vraag ik. “Op Kreta kun je na je schooltijd gaan werken op het land of in de fabriek. Hier is gemakkelijk geld te verdienen met drugs.” Met deze indrukken op mijn netvlies krijgen de woorden van Manuel Kneepkens, criminoloog en voormalig fractievoorzitter van de Stadspartij Rotterdam, betekenis. “Leefbaar Rotterdam, ze zijn nergens vóór. Het is net de Tegenpartij van Jacobse en van Es. Ze haten, in deze volgorde: één: moslims, twee: de PvdA en drie: kunstenaars want die deugen niet. Die kosten alleen maar subsidie.” De Nieuwe Binnenweg is niks voor Leefbaar Rotterdam want alle drie zijn hier sterk vertegenwoordigd. Vanuit het stadhuis heeft de partij de afgelopen vier jaar met ‘zero-tolerance’ aan de veiligheid gewerkt. Bijvoorbeeld door bedelaars een boete te geven. “Maar,” zei Kneepkens over de grootstedelijke criminaliteit, ook op de Binnenweg, “we hebben een groeiend restant van mensen die buiten de boot vallen. Veel allochtonen voelen zich tweederangsburgers. Misdaad kan dan een identiteit verschaffen. Je kunt iets betekenen, iemand zijn in de criminele wereld.” Lijstenmakerij Rembrandt, anno 1922, is gelegen naast ‘Istanbul’. Hier hangt de sfeer van een atelier, schilderijen wachten om ingelijst te worden. Lijsten en panelen van zuurvrij karton vullen de ruimte. Op een verhoging achterin de zaak staat een grote werktafel waarop met precisie wordt gemeten en gesneden. “Of de Nieuwe Binnenweg ooit de mooiste winkelstraat van Rotterdam wordt?“ Eigenaar Bart Peeters van Rembrandt kijkt bedenkelijk. “Op het eerste stuk van de Nieuwe Binnenweg zijn veel startende bedrijfjes. Maar dit stuk is aan het verloederen. De leegstand is overal.” We praten op de stoep voor de zaak. “Albert Heijn werkt als een magneet.” vertelt hij wijzend naar het grote filiaal van de Zaanse grutter aan de overkant. “Ik moet er niet aan denken dat die weggaat. Hubo had verderop een grote zaak, 3 panden breed. Maar op deze locatie was er niet te bolwerken met de concurrentie van de bouwmarkten aan de stadsrand. Twee personeelsleden van begin zestig staan op straat, het pand staat leeg.” Hier is een kapitaalinjectie nodig en er zal een goede samenwerking tot stand moeten komen tussen de ondernemers en de lokale politiek denkt hij. Ondernemers moeten weer gestimuleerd worden om zich te vestigen op de Binnenweg. Toch is Peeters optimistisch, de lijstenmakerij loopt goed en hij overweegt om zelf twee naastgelegen panden te kopen en op te knappen. Hij wijst naar ‘Ístanbul’. “Ze werken hard, alles doen ze zelf. In Turkije hebben ze een huis waaraan gebouwd wordt.” Al het geld dat overblijft investeren ze daar, hun winkels hier houden ze met weinig middelen in een goede staat. Mouwen opstropen en aan de slag om het westelijke stuk van de Nieuwe Binnenweg te verbeteren. Deze Rotterdamse mentaliteit wordt hier nogal eens op de proef gesteld. Catrien Verbruggen is een oudere vrouw die al 35 jaar in deze buurt woont. Ze schrijft voor een buurtkrant en vertelt hoe moeilijk het is om de neerwaartse spiraal te doorbreken. “In de Korenaarstraat, een zijstraat van de Nieuwe Binnenweg, wil de gemeente een opvanghuis voor verslaafde vrouwen vestigen. Dit is een van de slechtste straten in de buurt en het opvanghuis zal de straat verder verzwakken. Om de hoek, in de chique Mathenesserlaan zijn ook geschikte panden hiervoor maar daar is een actieve bewonersgroep die dat tegenhoudt. Zij hebben betere relaties op de Coolsingel.” Aan de overzijde van de ’s-Gravendijkwal, met de verdiepte 4-baansweg van het Maastunneltrace, begint het oostelijke stuk van de Nieuwe Binnenweg. Op de hoek van de Saftlevenstraat zitten een paar coffeeshops naast elkaar. Een groepje donkere jongens staat verspreid op het trottoir, capuchons van hun jogging truien over hun hoofd. Een stap naar links, een stap naar rechts, een massieve stufflucht hangt drie meter breed. In de Saftlevenstraat 5A is Topscore gevestigd. Dit is een uitzendbureau dat verslaafden aan werk helpt. Topscore is opgezet door de volhardende Nora Storm, voorzitter van de Rotterdamse Junkiebond. Haar initiatief om junkies aan het werk te krijgen werd in de hulpverlening als onmogelijk van de hand gedaan. Inmiddels trekken dagelijks ongeveer 100 in gele overalls gestoken verslaafden erop uit om de metro schoon te houden en de straten aan te vegen. In een lange S-bocht kruist De Nieuwe Binnenweg met de Mathenesserlaan. Dit is het mooiste stuk. Hier zitten de gezellige kroegen. Van achter de grote ramen van het Wester Paviljoen lachen de pinten je tegemoet. De schuimkragen zijn van een afstand zo levensecht dat je je met een gevoel van urgentie naar binnen baant. Dit is de ‘hangout’ van artistieke Rotterdammers. Een kleine honderd jaar geleden was het hier nog mooier, de panden hadden toen voortuinen en een bomenlaan slingerde met de bocht mee. Voorbij de bocht, op Nieuwe Binnenweg 99 woonde Hendrik Spiekman (1874-1917), medeoprichter van de SDAP. In 1901 werd hij het eerste SDAP-gemeenteraadslid. Spiekman maakte zich sterk voor de woningbouw en de armenzorg. Hij stond iedereen die daar om vroeg bij met hulp en advies. Vanaf 1913 was hij ook Tweede Kamerlid. Leukemie maakte een vroegtijdig einde aan zijn leven. Hij was erg populair bij de Rotterdammers. Een begrafenisstoet van omstreeks 7000 mensen trok over de Binnenweg. De politieke erfgenamen van Spiekman hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 een kloeke overwinning behaald. Ook rond de Nieuwe Binnenweg. In het stembureau aan de van Speykstraat behaalde de PvdA 529 van de 782 uitgebrachte stemmen. De kleine partijen hebben allen geleden onder het electorale wapengekletter van de PvdA en Leefbaar Rotterdam. De Stadspartij is voor het eerst sinds haar introductie in 1994 niet meer in de gemeenteraad teruggekeerd. “Het is hard, leven is verliezen,” vertelt Kneepkens, “maar de PvdA kan de Rotterdammers niet redden. De PvdA is een partij van technocraten en bureaucraten. Veel raadsleden weten van toeten noch blazen. Ze hebben geen probleemoplossend vermogen in huis. Geen creatievelingen, geen wondernemers.” waarschuwt hij. In de strijd tegen de verloedering heeft het beleid van Leefbaar Rotterdam verbeteringen in de straat opgeleverd die door veel mensen als belangrijk worden ervaren. “De Roteb komt tegenwoordig vier maal per dag langs. En er zitten geen drugsverslaafden meer in het portiek. Niet dat ik daar veel last van had.” vertelt Marion Beneder, een nette dame met hondje, relativerend. Ze woont op de Mathenesserlaan en heeft zojuist brood gekocht bij bakkerij Bammetje, gelegen op het oostelijke stuk van de Nieuwe Binnenweg. Verderop komt de heer de Rotte me tegemoet op zijn scootmobiel. Hij woont op de Westzeedijk. Via de Nieuwe Binnenweg rijdt hij naar de Lijnbaan om boodschappen te doen. “In de afgelopen jaren is de straat beter begaanbaar geworden, er is nu betere bestrating. Ook de veiligheid is toegenomen.” Hij was niet blij met de verkiezingsuitslag. “Ik ben bang dat de oude toestand met het rode gevaar weer opduikt.” Rotown is grand-cafe, poppodium en overdekt terras met restaurant op de binnenplaats. In de lounge neemt een jonge barman de bestelling op. ‘Pervert’ staat er op zijn gifgroene shirt. Tegenover zitten twee vriendinnen. Hun namen willen ze niet kwijt. Een is Surinaamse of Antilliaanse, ze woont in de buurt. De ander woont ‘op’ Zuid. Ze zijn wel vaker in Rotown, …voor de gezelligheid. “Het leuke aan de Binnenweg is de variatie, het is een multiculturele straat. Vooral het stuk achter de Mathenesserlaan, hier vind je de exotische winkels waar je alternatieve kleding kunt kopen.” Van criminaliteit in de straat hebben ze geen last. “We waren heel blij met de verkiezingsuitslag, de nieuwe gemeenteraad moet nu de hangjongeren van de straat halen. Er moeten banen worden gecreëerd.“ De wind zingt tussen de hoge gebouwen op de hoek van het Binnenwegplein en de Coolsingel. Sinds het bombardement op 14 mei 1940 waait het hier onafgebroken. Bijna onopgemerkt zijn de antieke gevels van de Oude Binnenweg overgegaan in de strakke zakelijkheid waarmee de Rotterdammers de Duitse kaalslag hebben opgevuld. Links ligt het stadhuis. Hier hebben de regenten van weleer hun intrek genomen. De wind waait nu uit een andere richting.capuccino
capuccino bereid bij Bagels & Beans te 's-Hertogenboschcockerill
hoogovens van Cockerill-Sambre, Seraing, Belgiëpillen
een graai in de pillenpot, illustratie in uitgave van de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskundedockers
Dockers lossen schip in de haven van Durban, Zuid-Afrikaeindhoven
Eindhoven Europees Designhoofdstad 2006 Sexy City! Dat is het visioen dat de Eindhovense wethouder Mary-Ann Schreurs heeft van de vijfde stad van Nederland. “Eindhoven heeft zichzelf uitgeroepen tot Europees Designhoofdstad van het jaar 2006.” zegt zij. De stad beoogt hiermee haar imago op te vijzelen en zichzelf tegelijkertijd te positioneren als internationale pleisterplaats van design. Wethouder Schreurs (ruimtelijke ordening, D66) werpt de bescheidenheid van zich af en gaat met Lampegat de baan op. Door Rob Nelisse Een wandeling door de stad Eindhoven bevestigt het beeld dat de lichtstad bepaald geen hip oord is. De reiziger die de binnenstad aandoet, belandt tussen weinig inspirerende architectuur die een sfeer van zakelijkheid ademt. De city wordt omringd door heel veel voorstad en het is een eind rijden vooraleer de bezoeker deze zone gepasseerd is en in de binnenstad arriveert. De bewoners en geregelde bezoekers van de stad weten dat hier de Brabantse gezelligheid heerst. Een warm gevoel dat de mensen met elkaar delen in de kroegen op het Stratums Eind en in de passage van de Heuvelgalerie. Het is dezelfde paradox waarmee ook PSV worstelt. Misschien wel beter dan Ajax maar niemand die dat heel hard van de daken schreeuwt. Elektronicaconcern Philips heeft de stad gedurende de twintigste eeuw groot gemaakt. Tijdens de hoogtijdagen in de jaren zeventig werkten bijna 400.000 mensen in de fabrieken van Philips. Vele innovaties zijn hier ontwikkeld; het elektrische scheerapparaat (1939), het cassettebandje (1963) en de compact disc (1983). Het bedrijf heeft zijn sporen in de stedelijke ruimte achtergelaten. De hoofddirectie van de multinational verruilde eind jaren negentig onder Cor Boonstra het hoofdkantoor aan de Boschdijk voor een mondaine toren bij het Amsterdamse Amstel Station. De fabrieken op Strijp-S zijn in de recente jaren geleidelijk ontmanteld. De productie van de vele consumentenelektronica vindt nu plaats in lage lonen landen. Gebouw De Witte Dame, de voormalige gloeilampenfabriek, met de aanpalende lichttoren is de meest markante nalatenschap van Philips aan de stad. Met het idee van de Europese Designhoofdstad 2006 tovert Eindhoven een briljant uit de juwelendoos. Het vermaarde, en mondiaal toonaangevende Philips Design, voorheen de ontwerpafdeling van Philips, zetelt al 80 jaar in de stad. Ter gelegenheid van dit jubileum is dit jaar het boek ’80 Years of Design: past tense, future sense’ gepresenteerd. Het boek illustreert hoe Philips ontwerpen zich ontwikkelden van een simpele stijloefening tot innovatieve hoogstandjes. Vele ontwerpen van Philips Design werden iconen van hun tijd. Neem de Philishave. Onder leiding van directeur Stefano Marzano van Philips Design werd in 1991 het High Design Excellence geïntroduceerd. Hiermee werd vooruitgelopen op latere ontwikkelingen. In deze visie op design staat de mens centraal. Design moet multidisciplinair zijn en wordt gefundeerd op onderzoek. Uiteindelijk worden hierdoor het designproces en het productieproces beter op elkaar aangesloten. Tegenwoordig werken er bij Philips Design, dat ook voor derden werkt, ruim 200 mensen in het designlab dat gehuisvest is in de Witte Dame. Daar deelt het de werkvloer met de Design Academy Eindhoven. De voormalige Academie Industriële Vormgeving was tot in de jaren 80 een kweekvijver van industriële ontwerpers. Vanaf die periode werd de oriëntatie op design verbreed. Onder leiding van de excentrieke directeur Lidewij Edelkoort heeft de Design Academy meer bekendheid gekregen bij het publiek. Befaamde Nederlandse ontwerpers als Jurgen Beijen en Hella Jongerius hebben er gestudeerd. Het wereldberoemde Dutch Design is geworteld in de Design Academy Eindhoven. Bovendien werd in 2001 de Faculteit Industrieel Ontwerpen aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) opgericht. Intensieve contacten tussen de TU/e en het bedrijfsleven brachten een grote vraag naar academisch geschoolde industriële ontwerpers aan het licht. Ondanks deze Design Mile met drie toonaangevende instellingen lijkt het doel Europese designhoofdstad te zijn in 2006 erg ambitieus. “Dit is een begin maar met de plannen die er nu liggen en de miljoenen die ervoor beschikbaar zijn heb je zeker vijf jaar nodig om dit te bereiken. Voor een ontwerpstad heb je de wereldpers nodig.” aldus Jeroen Verhoeven. Hij vormt samen met zijn broer Joep en Judith de Grauw het ontwerpbureau De Makers Van. In december 2004 studeerde hij af aan de Design Academy. De Makers Van hebben inmiddels hun tent opgeslagen in Rotterdam.“ Je wordt er letterlijk weggejaagd, er is bijna geen studioruimte te krijgen! Je gaat weg uit het nest. Het nest is Eindhoven.” zegt Verhoeven met een stem waarin Brabants temperament klinkt. Er is sprake van een Design Drain, Eindhoven kan het talent niet vasthouden. Negen van tien afgestudeerde ontwerpers verlaten de stad. Bovendien is de verhouding tussen Philips Design en Design Academy matig, volgens Verhoeven. “In de ogen van de Philips-directeuren zijn wij kunstenaars. Zo zien wij onszelf absoluut niet. Kunstenaars werken autonoom en vanuit zichzelf. Designers werken vanuit een vraag. De contacten met de TU/e worden beter. Op de TU/e staat efficiency centraal in het denken over design. Zij zijn praktisch opgevoed. Op de Design Academy vind je meer conceptdenkers.” aldus Verhoeven. De potentie van Eindhoven als bakermat van design zit in de aansluiting tussen de designlabs en de vele technologiebedrijven die de regio rijk is. De neergang van de werkgelegenheid bij Philips heeft van deze regio zeker geen herstructureringsgebied gemaakt. Men spreekt over de Brainport Eindhoven. Tony Jones, medegrondlegger van de Faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU/e zei het tijdens de openingsrede van de faculteit in 2001 zo. “Wij hebben twee soorten ‘klanten’. Enerzijds de briljante en innovatieve studenten die naar onze universiteit komen en die toegepast onderzoek en actieprogramma’s ondernemen. En anderzijds het veeleisende bedrijfsleven dat de beste studenten wil inhuren en dat hun originaliteit, hun vitaliteit en hun wil tot innovatie wil benutten voor echte productie”. Beide soorten klanten zijn in Eindhoven volop aanwezig. Een mooi voorbeeld van conceptueel ontwerp dat het productiestadium heeft bereikt is het hekwerk van Joep Verhoeven. De regelmatige rasterstructuur van het draadstaal is fraai onderbroken door een afwijkende en beeldende structuur. “We zoeken opening in producten die af lijken. Het hekwerk waarin de figuren zijn aangebracht is zelfs sterker dan het originele hekwerk. Mensen hebben altijd langs hekken gelopen zonder zich te realiseren wat de schoonheid ervan kan zijn. Er ontstaat verwondering over het normale.” Zegt Jeroen Verhoeven over het werk van zijn broer Joep. De Makers Van gaat het hekwerk in India produceren. Hiervoor is kennis van andere disciplines vereist; marketing, management en logistiek. De spin in het Eindhovense designweb is de Design Connection Eindhoven region (DCE). Deze club heeft als missie het samenbrengen en inspireren van design en de technologische industrie in de regio, met als doel nieuwe bedrijvigheid te genereren. Volgens Robert Jan Marringa van DCE “is het een hub van waaruit design projecten worden gerealiseerd, bijvoorbeeld de Dutch Design Week in oktober.” Verder werkt DCE aan de internationale profilering van de regio Eindhoven als pleisterplaats van topdesign en technologie. Hiervoor heeft DCE de Design & Technology Chain opgezet. Hierin gaat Eindhoven een partnerschap aan met Helsinki en St. Etienne. Een ander internationaal project is de Ambassadors Board. Dit bestaat uit buitenlandse design experts die de aansluitingen zoeken tussen het Eindhovense Design en de cultuur van hun land. De totale begroting van alle projecten waarbij DCE betrokken is bedraagt 85 miljoen euro voor de periode 2006 - 2013. Design Connection Eindhoven is heel nauw betrokken bij het overleg van de gemeente met de Europese Commissie. Brussel moet het idee nog erkennen. “De Europese Commissie heeft Eindhoven benaderd met het idee van de European Design Capital. Het is nog niet eerder gedaan. Probleem is dat het een typisch ‘lange tenen werkveld’ is. Op 5 januari 2006 starten we met Eindhoven Europese Designhoofdstad 2006. De formele bevestiging vanuit Brussel wordt verwacht in de zomer.” legt Marringa uit. Om andere Europese steden niet voor het hoofd te stoten moet er met geduld gewerkt worden. Het DCE is bij alle initiatieven betrokken De ontwikkeling van Strijp-S tot een woon- en werkparadijs voor designers en kunstenaars is het robuuste initiatief van Eindhoven om de Design Drain te stoppen. De industriële monumenten op het voormalige Philips complex, de ‘Verboden Stad’, 27 ha. groot, blijven intact. De overige gebouwen gaan neer. Ontwerpen van befaamde architecten zijn al in ontwikkeling voor de bebouwing van de kaalgeslagen terreinen. Een paar namen: Andrea Branzi, Alessandro Mendini, Peter Eisenman en Le Corbusier. Het Klokgebouw met een vloeroppervlak van 30.000 m2 wordt omgebouwd tot een cultuurfabriek die onderdak gaat bieden aan kunstenaars en musici. Om de ontwikkeling van het Klokgebouw onder druk te houden heeft de gemeente het per 1 januari 2006 aangekocht. “Een haalbaarheidsstudie heeft aangetoond dat een cultuurbestemming in het Klokgebouw haalbaar is. Dan moet er ook zo snel mogelijk helderheid over komen en focus zijn," aldus wethouder Schreurs. Tegelijk is er een taskforce ingesteld die de ontwikkeling van het Klokgebouw coördineert. Het voormalige NatLab (Natuurkundig Laboratorium) wordt omgebouwd tot Design Incubator. Beginnende designbedrijven kunnen zich hier vestigen in elkaars nabijheid wat een netwerkvoordeel biedt. De Incubator faciliteert hun ontwikkeling met lage huurprijzen, aantrekkelijke financiering en coaching. Eind 2007 moet de verbouwing af zijn. Een gezamenlijk initiatief van de drie designlabs, Philips Design, Design Academy en TU/e, is het opzetten van een materiaalbibliotheek. Hier ligt alle relevante informatie over materialen en bewerkingstechnieken beschikbaar voor iedereen die bij design betrokken is. De organisatie van de jaarlijkse Dutch Design Award heeft Eindhoven voor een habbekrats overgenomen van Amsterdam. Met de proclamatie tot Europese Designhoofdstad 2006 neemt de stad een risico. Mocht deze titel door Brussel niet erkend worden dan zal dat het nieuwe zelfbewustzijn in Eindhoven niet beschadigen. Design gaat in in de toekomst de nieuwe identiteit van de stad vormgeven.fietsenfrans
FIETSENFRANS VERLEGT ZIJN HORIZON MET EBAY eBay is een digitale veiling op internet waar je artikelen per opbod kunt verkopen. De mensen op eBay kennen elkaar niet en toch hebben ze vertrouwen in een goede deal. En zaken doen gaat er heel snel. eBay ondernemer Frans Paulussen (47) vertelt hoe het werkt. Door Rob Nelisse FietsenFrans was zeven jaar lang de fietsenspeciaalzaak van Paulussen in Tilburg. Geen gewone speciaalzaak maar een winkel met werkplaats waar hij fietsen op maat samenstelde. Zijn klanten waren wieleramateurs en -profs afkomstig uit het hele land en het nabije buitenland. “Het was hard werken, ik draaide de hoogste omzet per vierkante meter in Nederland, per jaar ƒ 400.000. Mijn winkel was klein, dertig vierkante meter. Het rendement van mijn arbeidsintensieve bedrijf was maximaal.” reflecteert Paulussen over zijn vroegere zaak. Wegens aanhoudende rugklachten besloot hij om de zaak te verkopen. Maar de liefde voor de fietsen liet zich niet zo makkelijk van de hand doen. Aan de houten keukentafel vertelt hij hoe hij FietsenFrans weer in de koers kreeg. Tegenwoordig verhandelt FietsenFrans klassieke wieleronderdelen via eBay. Zijn klanten komen nu uit de VS en Japan. Na twee jaar behaalt FietsenFrans met de handel in ‘vintage bike-parts’ een jaaromzet van $ 50.000. “Gemiddeld besteed ik vier dagen per week aan mijn handel op eBay, de mail verwerk ik elke dag.” aldus Paulussen. Alles dat nodig is om een klassieke fiets samen te stellen biedt hij te koop aan: frames, wielnaven, tandwielen, derailleurs, etcetera. In zijn kleine kantoor staat een groot beeldscherm op een bureau. Dit is het hart van de digitale FietsenFrans. Verder staan dozen met fietsonderdelen verspreid door de ruimte. “Vooral het Italiaanse merk Campagnolo is vanwege zijn historische reputatie gewild. Uit de periode 1950 tot 1980 zijn ook de Franse merken veel gevraagd. Ik haal de artikelen zelf op. Een netwerk van oude leveranciers, vertegenwoordigers en klanten tipt mij waar interessante partijen liggen.” zo licht Paulussen toe. Alle spullen heeft hij zelf in de hand gehad en beoordeeld. Met deze handel heeft FietsenFrans een netto resultaat van ongeveer € 25.000 per jaar, net zoveel als met de oude winkel. Het vertrouwen op eBay wordt geschraagd door het feedbacksysteem. Kopers en verkopers schrijven een lange volzin met commentaar over elke transactie. Hierin staat de kwaliteit van het geleverde artikel en de snelheid van de betaling centraal. Deze feedback is voor iedereen op eBay zichtbaar. Paulussen verklaart: “Het biedt de mogelijkheid om een vertrouwensbasis te creëren met mensen die je niet kent. Als een koper of verkoper een 100% positief feedbackrecord heeft dan is hij betrouwbaar. Met 90% is hij al onbetrouwbaar.” Hierin onderscheidt eBay zich van het Nederlandse Marktplaats.nl, ook eigendom van eBay. De reputatie van een handelaar op Marktplaats is meestal onbekend bij de koper. Deze wil het liefst eerst zien en dan pas kopen. Wereldwijd handelen is dan bijna onmogelijk. “Als je uit verschillende bronnen leest dat alles tiptop in orde is dan vallen al je bedenkingen weg.” zegt Paulussen over het systeem van eBay. Snel communiceren is heel belangrijk op eBay. Contacten verlopen via korte e-mails in staccato Engels. Rond een veiling zijn er veel vragen. Ook over de levering wordt gemaild. Paulussen: “Je moet je klanten altijd het gevoel geven dat je er voor ze bent. Je hebt een aantal vaste klanten. Net mailde ik met een Engelse klant: ‘Hey, how was your weekend?’. Slecht communiceren kan negatieve feedback opleveren. Laatst had ik een ontevreden klant. Dan gaan we dat meteen oplossen, ik neem het artikel terug. Negatieve feedback ga ik tegen elke prijs uit de weg. Dat is service.” De markt van klassieke fietsonderdelen is op eBay heel doorzichtig. De verkoper kan heel gemakkelijk kennis vergaren over wat geld opbrengt en wat niet. Alle transacties met bijbehorende omzet zijn inzichtelijk. Paulussen vertelt over de werking van de markt: “Je moet in het gat in de markt springen van spullen die echt iets opleveren. Door de feedback kan ik van al mijn klanten zien wat ze de afgelopen maand gekocht hebben. Soms bied ik dingen aan waar nog nooit op geboden is. Het sausje van het eigen verhaal over dat artikel bepaalt dan of het verkocht wordt. Instappen als verkoper is moeilijk omdat je nog geen feedbackrecord hebt.” De koper, vaak een verzamelaar, is gemiddeld tussen 35 en 55 jaar oud. “Verzamelaars kopen graag de dingen uit hun jeugd, die ze tot hun 25e zelf gebruikt hebben. Spullen van voor 1995 beginnen nu in trek te raken. De Nederlandse markt is niet zo interessant. Men is niet bereid om zo maar honderd euro voor iets ouds uit te geven. In de Angelsaksische landen hebben de mensen meer hang naar het verleden en zijn ze bereid om ervoor te betalen.” volgens FietsenFrans. Ook het betalingsverkeer op eBay gaat heel snel. Paypal, de centrale elektronische bank van eBay, biedt een real time betalingssysteem. Een koper kan via Paypal online betalen. FietsenFrans: “Vaak is het geld een minuut na de verkoop binnen en kun je gaan inpakken.” Boter bij de vis. FietsenFrans vindt dit een positief aspect van het handelen via eBay: De oude winkel is verduisterd. In een hoek staat een opnametafel met een paar lampen. Tegenwoordig doet deze ruimte dienst als fotostudio waar FietsenFrans zijn handelswaar fotografeert. Aan de wand hangt het frame van een racefiets. “Zie je deze twee gaatjes?” vraagt hij wijzend naar de achterzijde van het frame. “Laatst kreeg ik gratis een partij schroefjes aangeboden die hier in passen, drie centimeter lang met een veer er omheen. Per 4 stuks brachten ze 50 dollar op.” Hoe werkt eBay? Eerst registreer je jezelf als eBay lid. Met een zelfgekozen naam kun je nu de markt op. Je biedt een artikel ter veiling aan gedurende een vooraf bepaalde termijn. Per artikel maak je een advertentie voorzien van een foto en de bijbehorende specificaties. Indien gewenst voorzie je het voorwerp van een minimumprijs. Het bieden kan nu beginnen. Je kunt ook het hoogste bedrag opgeven dat je voor het artikel wilt betalen. eBay verhoogt dan je bod automatisch en stapsgewijs. Je blijft de hoogste bieder zolang niemand anders een hoger maximumbod heeft opgegeven. Wie het hoogste geboden heeft in de laatste seconde, die koopt het. Verder zijn er de Nu Kopen artikelen die je tegen een vaste prijs en voor onbeperkte termijn te koop kunt aanbieden in een eBay winkel. De koper hoeft hiervoor niet de afloop van de veilingtermijn af te wachten.grondverzet
grondverzet bij trace HSL, BergschenhoekHAM318
Janne, St. Jacut de la mer, FRkeuze-reiziger
aan het werk in de eerste klas in de intercity Utrecht - Den Boschkinderarts
Dr. Lukassen, kinderarts in het St. Antonius ziekenhuis, Nieuwegeineuthanasie
knuffel achtergelaten in couveuse op kinder-IC - illustratie bij artikel over het controversiële onderwerp 'euthanasie bij kinderen'kraandrijver
kudu, Etosha, Namibielashelm
lasnaad
lasser1
lassen aan coaster in aanbouw, scheepswerf Bijlholt, Foxhollasser2
laus deo
Laus Deo in de banken van de St. Servaeskerk, Maastrichtlogistiek
expeditie bij Serviceburo Jansen Eindhovenexpedition at Serviceburo Jansen Eindhoven
oude man
oude man, Antwerpenoverleg
Pascal Paoli
podiumbouwers
podiumbouwers, Amsterdam Arenarally
chauffeur en navigator tijdens Atos Origin Classic Car Rally 2005scheepsruim
0schip
schroef
scheepssectie
steigerbouw
stuurkolom
tribunaal
SCHOONMAKERS HOUDEN TRIBUNAAL IN DE NIEUWE KERK Door Rob Nelisse DEN HAAG, 15 NOV. “Waar blijft ons geld, 10 euro?” Dit is de sms-tekst die verzonden wordt aan Henk van Weerdenburg, voorzitter van OSB, de werkgeversvereniging in de schoonmaakbranche. Het bericht wordt gelijktijdig verstuurd door ongeveer 250 schoonmakers die bijeengekomen zijn in de Nieuwe Kerk aan het Haagse Spui. Het tribunaal is belegd door FNV Bondgenoten. De gedaagde partij is de OSB, die verstek heeft laten gaan. De rechtbank wordt geleid door twee rechters, Prof. Dr. Kea Tijdens en Ds. Hans Visser. Professor Tijdens is als socioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit en is deskundig op het gebied van beloning. Dominee Visser van de Rotterdamse Pauluskerk heeft bekendheid verworven met zijn tomeloze inzet voor daklozen en junkies. De rechters zitten onder de kansel. Zij moeten oordelen wie er schuldig is aan de lage lonen in de schoonmaakbranche. Tegenover hen zitten, in een halve cirkel, de actievoerende schoonmakers. Bijna allen dragen het reflecterende, oranje, actiehesje van de bond. Het plechtstatige, 17e eeuwse interieur van de Nieuwe Kerk plaatst het oranje legioen in een serene sfeer. Niet een stalen bedrijfspoort op een kille ochtend maar een verwarmde kerk met houtsnijwerk in Franse stijl, vormt het decor van deze actie. Hier zit een miskende groep werknemers van uiteenlopende afkomst. Ze poetsen dagelijks de werkkamers in de naburige ministeries. Of reinigen het interieur van de treinen. Vandaag hebben ze het werk neergelegd. Met de bus zijn ze uit het hele land hier naar toe gereisd. Aandachtig luisteren ze naar het pleidooi van hun aanklager, FNV-bestuurder Eddy Stam. Het bruto uurloon in de schoonmaaksector is onvergelijkbaar laag, een schamele € 8,33 per uur. Sinds 1 januari 2003 zijn er geen loonsverhogingen geweest. “De werkgevers ondermijnen de lonen in de branche. Ze hanteren te lage prijzen en hebben daardoor te lage winstmarges, zo’n 5 á 7 procent” houdt Stam het tribunaal voor. “Schoonmaakwerk heeft een kostprijs van maximaal € 20 per uur. Een bouwvakker kost tweemaal zoveel, een specialist rekent € 80 tot € 100 per uur.” Verbazing is als stilte hoorbaar onder de aanwezigen. Veel schoonmakers zijn afkomstig uit arme landen en leven al lang met lage lonen. Om de lonen te verhogen heeft FNV Bondgenoten de 10-euro campagne opgezet. De inzet is om de komende vijf jaar het bruto uurloon gefaseerd op te trekken naar tien euro. Stam eist dat de OSB hieraan constructief meewerkt. In zijn repliek verdedigt OSB stand-in Henk van Rees, ook vakbondsbestuurder, de positie van de werkgevers. Zijn ware identiteit is dan nog niet bekend. “Tien euro is onmogelijk! Wij worden door onze opdrachtgevers uitgeknepen. Bovendien loopt de hoeveelheid schoonmaakwerk terug vanwege de economische teruggang. Veel kantoorgebouwen staan leeg.” De rechters gaan in beraad ten einde recht te spreken. Dominee Visser neemt als eerste het woord. Zijn prekende betoog verraadt de sublieme akoestiek van de Nieuwe Kerk: “€ 8,33 is te laag! De markt wordt door de werkgevers als argument voor de lage beloning gehanteerd. Er moet billijkheid in beloning komen. Schoonmaakwerk is buitengewoon belangrijk werk. Respect, dit type werk verdient meer respect!” Professor Tijdens voegt hier aan toe: “Tachtig procent van de werkgevers in de schoonmaak is aangesloten bij de OSB. Zeker, zij kunnen gezamenlijk opereren om hun prijzen te verhogen.” Het tribunaal oordeelt dat de 10-euro campagne rechtmatig is en ondersteunt de eis. Uitgelaten scanderen de actievoerders de naam van hun held: “Eddy, Eddy…” De mensen hebben veel vertrouwen in hun bond maar de organisatiegraad moet omhoog. “Bij de volgende actie moeten jullie ieder een collega meenemen!” roept Stam. Bij de uitgang van de kerk worden shagjes gedraaid. “Wij gaan dit zeker winnen!” stelt een jonge vliegtuigschoonmaker vol vertrouwen. Zijn oudere collega, Henk Heeren uit Groningen, verwijst naar de pracht van deze locatie en zegt: “Opmerkelijk dat wij gebruik maken van het licht dat het geloof te bieden heeft. Eigenlijk is dat meer weggelegd voor onze broeders van het CNV.” Helaas steunt het CNV deze actie niet.werkman